NGB Extra

Sneller, efficiënter en flexibeler: de belangrijkste wijzigingen in de ICC Rules 2026

Marie-Hélène Berghuijs (Partner), Michiel Coenraads (Partner), Lennart Baijer (Principal Associate) bij Eversheds Sutherland

De International Chamber of Commerce (ICC) behoort tot de meest gerenommeerde arbitrage-instituten ter wereld. ICC-arbitrage is al jarenlang een veel gekozen methode voor de beslechting van internationale handelsgeschillen en wordt door veel ondernemingen gezien als een aantrekkelijk alternatief voor procedures bij de overheidsrechter. Daarbij spelen onder meer de internationale afdwingbaarheid van arbitrale vonnissen, de mogelijkheid om gespecialiseerde arbiters te benoemen en de flexibiliteit van de procedure een belangrijke rol.

Marie-Hélène Berghuijs, Partner bij Eversheds Sutherland

Lennart Baijer, Principal Associate

bij Eversheds Sutherland

Michiel Coenraads, Partner bij Eversheds Sutherland

Op 1 juni 2026 zijn de herziene ICC Rules of Arbitration (de “2026 Rules”) in werking getreden, ter vervanging van de editie uit 2021. De nieuwe regels zijn van toepassing op iedere arbitrage die op of na die datum aanhangig wordt gemaakt, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.


Met de 2026 Rules zet de ICC haar voortdurende streven voort om arbitrageprocedures sneller, effectiever en beter beheersbaar te maken. De wijzigingen zijn onder meer gericht op vroegtijdige processturing, een efficiëntere behandeling van geschillen en het terugdringen van onnodige vertragingen en kosten. Daarmee versterken zij de positie van arbitrage als een volwaardig en concurrerend alternatief voor overheidsrechtspraak in internationale commerciële geschillen.


Voor bedrijfsjuristen die betrokken zijn bij internationale geschillen of bij het opstellen van arbitrageclausules is het daarom van belang om deze ontwikkelingen te kennen en rekening te houden met de praktische gevolgen daarvan. In dit artikel bespreken wij de belangrijkste wijzigingen en de implicaties voor de contract- en geschillenpraktijk.

Afschaffing van de Terms of Reference: een gestroomlijnde start

Een van de meest ingrijpende wijzigingen is de afschaffing van de Terms of Reference. Onder de vorige ICC Rules was dit een formeel document waarin de kernpunten van het geschil werden vastgelegd en dat door zowel partijen als het scheidsgerecht moest worden ondertekend. De 2026 Rules schaffen deze stap volledig af. In plaats daarvan moet het scheidsgerecht binnen 30 dagen na ontvangst van het dossier van het Secretariaat een eerste case management conference (CMC) houden.


Dit zal naar verwachting formaliteit en vertraging in de beginfase van een ICC-arbitrage verminderen. Het betekent echter ook dat partijen eerder inhoudelijk moeten zijn voorbereid op procedurele kwesties, aangezien de CMC nu het tijdschema en het procedurele kader voor de arbitrage vaststelt.

Eerdere deadline voor aanvullende vorderingen

In lijn met de verscherpte nadruk op vroegtijdig case management is de uiterste termijn voor het indienen van nieuwe vorderingen nu gekoppeld aan de eerste CMC. Na dat moment mogen geen nieuwe vorderingen meer worden ingesteld zonder toestemming van het scheidsgerecht. Bij de beoordeling of nieuwe vorderingen worden toegelaten, weegt het scheidsgerecht factoren mee zoals de aard van de vordering, het stadium van de procedure en eventuele kostenimplicaties.


In de praktijk zal dit de mogelijkheid tot late-stage expansion van geschillen beperken en onderstreept het de noodzaak van een grondige voorbereiding vanaf het begin.

Versnelde procedures: hogere drempel en een nieuw highly expedited regime

De 2026 Rules verruimen de beschikbaarheid van versnelde procedures. De drempel voor de bestaande Expedited Procedure is verhoogd naar USD 4 miljoen voor arbitrageovereenkomsten die op of na 1 juni 2026 zijn gesloten. Hierdoor valt een breder scala aan geschillen onder het versnelde regime.


Daarnaast introduceert de ICC een geheel nieuw "highly expedited" arbitrageregime, dat beschikbaar is mits partijen dit overeenkomen. Onder deze procedure wordt het geschil beslecht door één arbiter en moet het eindvonnis binnen drie maanden na de eerste CMC worden gewezen.


Dit kan een nuttig instrument zijn voor geschillen met een beperkte complexiteit, waar een snelle oplossing prioriteit heeft. Bedrijfsjuristen doen er goed aan om bij het opstellen van arbitrageclausules bewust stil te staan bij de vraag welk regime het meest passend is voor het type geschillen dat uit het contract kan voortvloeien.

Vervroegde afdoening van vorderingen en verweren

De 2026 Rules introduceren een uitdrukkelijk mechanisme voor de vervroegde afdoening (early determination) van vorderingen of verweren die kennelijk ongegrond zijn (manifestly without merit) of buiten de bevoegdheid van het scheidsgerecht vallen.


Dit geeft scheidsgerechten een sterkere grondslag om kansloze vorderingen in een vroeg stadium af te doen. Het brengt de ICC Rules ook meer in lijn met andere arbitrage-instituten die vergelijkbare procedures hebben ingevoerd.


Voor bedrijfsjuristen is het een welkome aanvulling: het biedt de mogelijkheid om kansloze vorderingen of verweren vroegtijdig van tafel te krijgen, met een aanzienlijke besparing op tijd en kosten. Het is wel zaak om dit instrument strategisch in te zetten. Een zorgvuldige afweging vooraf is geboden.

Transparantie over procesfinanciering door derden

De 2026 Rules verplichten partijen om bij aanvang van de procedure het bestaan en de identiteit van iedere derde partij die een economisch belang heeft bij de uitkomst van de arbitrage (third-party funder) openbaar te maken.


Deze verplichting is bedoeld om arbiters in staat te stellen hun verplichtingen inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid na te leven. Partijen die gebruikmaken van procesfinanciering door derden dienen ervoor te zorgen dat de openbaarmaking snel en zonder beperkingen kan plaatsvinden.


Bedrijfsjuristen die zelf gebruikmaken van third-party funding moeten erop bedacht zijn dat dit bij ICC-arbitrages openbaar wordt.

Versterkt emergency arbitrator-regime

Het emergency arbitrator-regime is op een aantal punten uitgebreid. De reikwijdte is verbreed zodat onder bepaalde omstandigheden ook aanvullende partijen onder het regime vallen, en het is nu ook beschikbaar voor bepaalde investeringsgeschillen.


Daarnaast is de mogelijkheid van preliminary orders geïntroduceerd: een partij kan daarmee dringende voorlopige maatregelen verzoeken om te voorkomen dat de wederpartij het doel van het verzoek frustreert, desnoods op ex parte-basis (met de mogelijkheid van bezwaar achteraf).

Overige wijzigingen

De 2026 Rules bevatten daarnaast diverse aanpassingen die relevant zijn voor partijen die betrokken zijn bij internationale arbitrages:

  • Versterkt openbaarmakingskader voor arbiters. Het when in doubt, disclose-principe is nu expliciet verankerd in de regels. Bij twijfel over een mogelijke belangenverstrengeling dient openbaarmaking het uitgangspunt te zijn. Tegelijkertijd verduidelijken de regels dat een openbaarmaking op zichzelf geen gebrek aan onafhankelijkheid of onpartijdigheid impliceert.

  • Verplichte entity lists. Partijen moeten bij aanvang van de procedure een overzicht verstrekken van entiteiten en personen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van arbiters. Deze informatie moet reeds worden opgenomen bij het Request for Arbitration of het Answer.

  • Formele regulering van tribunal secretaries. Tribunal secretaries zijn voortaan onderworpen aan dezelfde eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid als arbiters.

  • Uitdrukkelijke geheimhoudingsverplichting voor arbiters. De 2026 Rules leggen arbiters expliciet een verplichting op om vertrouwelijke informatie geheim te houden.

  • Nadruk op afdwingbaarheid van arbitraal vonnissen. Bij de toetsing van conceptvonnissen houdt het ICC Court voortaan uitdrukkelijk rekening met de geldigheid en afdwingbaarheid van het uiteindelijke vonnis.
    ​​​​​​​
  • Verdere digitalisering van de procedure. Scheidsgerechten kunnen elektronische middelen gebruiken voor de ondertekening, verzending en kennisgeving van arbitrale vonnissen.

Wat betekenen de 2026 Rules voor de praktijk?

De wijzigingen bevestigen de bredere tendens binnen de ICC-arbitrage om procedures in een vroeg stadium te structureren, vertragingen te beperken en geschillen efficiënter af te handelen. Voor bedrijfsjuristen en andere gebruikers van ICC-arbitrage zijn daarbij met name de volgende aandachtspunten relevant:

  • Vroegtijdige voorbereiding wordt steeds belangrijker. Nu de eerste Case Management Conference (CMC) het centrale procedurele uitgangspunt vormt, moeten processtrategie, procedurele standpunten en vorderingen al in een vroeg stadium worden uitgewerkt.

  • Een volledige inventarisatie van aanspraken is essentieel. Omdat nieuwe vorderingen na de eerste CMC slechts met toestemming van het scheidsgerecht kunnen worden ingesteld, neemt het belang van een grondige initiële beoordeling van de zaak verder toe.

  • Vervroegde afdoening verdient nadrukkelijke aandacht. Het nieuwe mechanisme voor early determination biedt mogelijkheden om kennelijk ongegronde vorderingen of verweren reeds in een vroeg stadium af te wijzen, waardoor aanzienlijke tijd- en kostenbesparingen kunnen worden gerealiseerd.

  • Arbitrageclausules vragen om hernieuwde aandacht. Met de verhoging van de drempel voor de Expedited Procedure Provisions (EPP) naar USD 4 miljoen en de introductie van een highly expedited regime is een bewuste afweging van het toepasselijke procedurele kader meer dan ooit van belang.

  • Third-party funding moet tijdig in kaart worden gebracht. De verplichting om procesfinanciering openbaar te maken vereist dat financieringsstructuren al bij aanvang van de procedure zorgvuldig worden geïnventariseerd en ook wordt nagedacht of het wenselijk is om gebruik te maken van deze structuren.

  • Interne processen moeten worden ingericht op de nieuwe disclosure-verplichtingen. De introductie van verplichte entity lists vraagt om een gestructureerde interne inventarisatie van relevante groepsvennootschappen, aandeelhouders en andere betrokken partijen.

  • De mogelijkheden voor spoedmaatregelen zijn verder verruimd. De uitgebreide bevoegdheden van de emergency arbitrator, waaronder de mogelijkheid om onder omstandigheden op te treden tegen non-signatories en ex parte voorlopige maatregelen te treffen, versterken de effectiviteit van arbitrage wanneer onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is.

Blik vooruit

De wijzigingen in de ICC Rules passen in een bredere ontwikkeling waarbij toonaangevende arbitrage-instituten hun procedures steeds verder moderniseren en efficiënter inrichten. Ook instellingen als de LCIA, SIAC en ICSID hebben de afgelopen jaren hervormingen doorgevoerd die zijn gericht op een snellere, meer proportionele en kosteneffectieve afwikkeling van internationale geschillen.


Voor bedrijfsjuristen betekent dit dat kennis van de geldende arbitrageregels alleen niet langer volstaat. Ook ontwikkelingen binnen het institutionele arbitragelandschap verdienen voortdurende aandacht. De ICC evalueert haar regels immers doorlopend en ook in de toekomst zijn verdere aanpassingen niet uitgesloten.


De belangrijkste les voor de praktijk is dat arbitrageclausules geen standaardbepalingen zijn die zonder nadere afweging van contract tot contract kunnen worden overgenomen. Juist omdat procedurele keuzes steeds meer invloed hebben op de snelheid, kosten en effectiviteit van geschilbeslechting, verdienen arbitrageclausules bij iedere transactie een bewuste en weloverwogen beoordeling. De 2026 Rules vormen daarvoor opnieuw een duidelijke aanleiding.

iNHOUDSOPGAVE