Terugblik | NGB Lustrum 2025

De nieuwe juridische realiteit: Innovatie, Integriteit en Impact

Op donderdag 6 november vierden we het 95-jarig bestaan van het NGB in het Eye Filmmuseum in Amsterdam. Deze middag stond in het teken van het thema ‘De nieuwe juridische realiteit: Innovatie, Integriteit en Impact’. Het was een dag vol inspiratie, leerzame workshops, boeiende sprekers en een verrassende feestelijke afsluiting.


De dag werd afgetrapt met een plenair ochtendprogramma, geleid door dagvoorzitter Joost Hoebink. Na een welkomst- en openingswoord van NGB-bestuursvoorzitter Freek Rikmenspoel, sprak Tannaz Mohtaraz namens de Lustrumcommissie een kort dankwoord uit aan iedereen die aan de organisatie van dit bijzondere jubileum had bijgedragen. 

Joost lichtte vervolgens het programma van de dag toe. De dag begon met een duo-interview over geopolitieke trends, gevolgd door een paneldiscussie over governance en ethiek, en een duo-presentatie over technologische innovatie voor bedrijfsjuristen. Na de lunch konden leden deelnemen aan diverse workshops, waarna de inhoudelijke onderdelen werden afgesloten met een feestelijke afsluiting van De Speld Live, een borrel en walking dinner. 

Impact | Geopolitieke trends en de impact op de bedrijfsvoering

Het inhoudelijke dagprogramma startte met een duo-interview over geopolitieke trends met sprekers Marguerite Soeteman-Reijnen en Arend Jan Boekestijn onder leiding van de dagvoorzitter. 


Allereerst gaf Arend Jan Boekestijn, Speaker Geopolitical Strategy | Associate Professor International Relations UU, een scherpe analyse over de huidige geopolitieke ontwikkelingen in de wereld. Hij nam daarbij vier grootmachten onder de loep: de Verenigde Staten, India, China en Europa. 

‘Rechtsstaat is ontzettend belangrijk voor stabiele, duurzame economische groei. Het is heel verstandelijk om onafhankelijke rechters te hebben, scheiding van kerk en staat en een onafhankelijke centrale bank. In het westen hebben wij de rechtsstaat goed ontwikkeld en ontdekt', trapte Arend Jan af. ‘De Amerikanen hebben het van ons geleerd, maar de rechtsstaat is daar aan het eroderen. Dat kan de Verenigde Staten gaan schaden. China heeft nooit een echte rechtsstaat gehad. En India is eigenlijk ook de rechtsstaat aan het afschaffen,’ aldus Arend Jan.  

Hij vertelde hoe machtsverschuivingen, oorlogen en technologische ontwikkelingen de internationale verhoudingen beïnvloeden, en wat dat betekent voor bedrijven die wereldwijd opereren.  


Hierna volgde een inspirerend gesprek met Marguerite Soeteman-Reijnen, Former Chairman Aon Holdings, Non Executive Director Siemens NL & MN, Chair Advisory Board SER Topvrouwen en Ambassador UWC Maastricht & Female Cancer Foundation. 

Marguerite stak van wal met een kritische vraag richting het publiek: ‘Wie van jullie werkt voor een bedrijf dat producten maakt?  En wie van jullie weet precies waar de grondstoffen van jullie producten vandaan komen?’ Volgens Marguerite, en zo bleek ook uit de zaal, is dat bij veel bedrijfsjuristen nog onvoldoende bekend.  Arend Jan lichtte toe: ‘Sommigen van jullie hebben aardmetalen nodig. Het is heel verstandig om een alternatieve route te hebben voor als het [met de gangbare leveringsstroom] echt helemaal misgaat. Dan ben je met geopolitieke due diligence bezig.’  


Volgens Marguerite verandert de wereld zo snel, dat je VUCA-leiderschap nodig hebt. 'We moeten slimmer worden met elkaar,’ aldus Marguerite. ‘Hoe gaan we hiermee om? Hoe zit die afhankelijkheid in elkaar? Het zet ons tot denken aan. Het betekent dat wij als Nederland, maar ook als Europa, opnieuw moeten kijken naar waar we afhankelijk van zijn en hoe we ermee omgaan als het niet meer toegankelijk is.'   

‘Het allerbelangrijkste is dat je die geopolitiek due diligence gaat doen,’ benadrukte Arend Jan. ‘De geschiedenis leert ons dat er soms dingen misgaan. De huidige situatie kan makkelijk tot oorlog leiden en dat leidt weer tot handelsproblemen. We moeten echt met plan B aan het werk gaan.’ 

Van links naar rechts: Marguerite Soeteman-Reijnen, Joost Hoebink, Arend Jan Boekestijn

Integriteit | Governance & Ethiek paneldiscussie

Na een korte pauze, werd het ochtendprogramma vervolgd met een paneldiscussie rondom het thema ‘Governance & Ethiek’. Het panel bestond uit vier experts onder leiding van de dagvoorzitter: 

  • Wendela van Uchelen, Executive Board Member (bestuurder) en CLO Lipton Teas and Infusions 
  • Job van Hooijdonk, Consultant Voxius en Sustainable Entrepreneur 
  • Iris van Domselaar, Hoogleraar Rechtsfilosofie en Beroepsethiek voor Juristen Universiteit van Amsterdam   
  • Jaap Barneveld, Partner Corporate Governance en M&A en (mede)verantwoordelijke voor DEI, De Brauw Blackstone Westbroek, Bijzonder Hoogleraar Juridische Aspecten en Ondernemingsrechtelijke Transacties, Universiteit Groningen 

Van links naar rechts: Joost Hoebink, Job van Hooijdonk, Wendela van Uchelen, Iris Domselaar, Jaap Barneveld

Stelling 1: De bedrijfsjurist moet niet alleen juridisch adviseur zijn, maar ook het geweten van de onderneming.

De discussie opende met de vraag of bedrijfsjuristen meer zijn dan juridisch adviseurs en in hoeverre zij ook morele richting zouden moeten geven binnen hun organisatie. 


Job trapte de discussie af: ‘Ik ben het hier absoluut mee eens. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je je als bedrijfsjurist niet alleen richt op wat mag, maar ook op wat hoort. Het is belangrijk om verder te kijken dan juridische beginselen. Er zit natuurlijk wel een grens aan om het 'geweten' te zijn, maar op adviserend niveau denk ik wel dat je gewetensvragen moet stellen.’ 


Jaap plaatste een kanttekening bij het begrip ‘geweten’: ‘Ik heb moeite met de term ‘geweten'. Wiens geweten? ‘Geweten’ is voor mij een enorm open begrip. Mijn geweten is misschien heel anders dan jouw geweten. En je bent wel in de hoedanigheid betrokken als bedrijfsjurist bij het bedrijf. Het gevaar van deze stelling vind ik dat iedereen zijn eigen geweten gaat opleggen.’ 


Iris pleitte voor het begrip ‘professioneel geweten’: ‘Ik vind dat we heel zuinig moeten zijn op de instituties – ook de instituties die de rechtsstaat dragen – en dat we goed moeten nadenken wat het betekent om je juridische rol te vervullen. Dus ik zou zeggen: 'professioneel geweten'. In dit geval het professionele geweten van de jurist, en we moeten goed nadenken over wat dat betekent in die context.’ 


Wendela benadrukte dat juristen weliswaar een bredere verantwoordelijkheid hebben, maar niet de enige morele toetssteen zijn: ‘Het is voor mij geen overduidelijk 'ja’. Ik vind dat je breder moet kijken dan het recht. Ik leid een juridische afdeling in het bedrijf en ik heb vaak de vraag gekregen: 'Hoe kijk jij ernaar, want jij bent toch wel een beetje het geweten van ons bedrijf?'. Het is aardig om gevraagd te worden om ethische inbreng, maar dan denk ik altijd: 'Hebben jullie je geweten thuisgelaten?'. De andere kanttekening is dat veel mensen in het bedrijf soms handelen vanuit één perspectief. Als jurist heb je iets meer distantie, en dat helpt bij het maken van een afgewogen beslissing.’ 


Job voegde toe dat het perspectief van reputatie hierbij niet mag ontbreken: ‘Ik denk ook aan reputatierisico’s. Ik heb in de praktijk gezien dat er juridisch correct wordt gehandeld, maar dat er toch reputatieschade ontstaat. Er zijn veel voorbeelden van bedrijven die juridisch gezien in hun recht stonden, maar toch enorm in opspraak raakten.’ 


Jaap stelde dat de ‘gewetensvraag’ onderdeel zou moeten zijn van het bestuursbeleid, terwijl Iris wees op de bredere professionele verantwoordelijkheid van juristen binnen de rechtsstaat: ‘Ik vind dat we als juristen een gekwalificeerde, individuele verantwoordelijkheid hebben vanuit onze rol aan de rechtsstaat. Wat mij betreft is dat ook de geest van het recht. Het gaat mij erom dat we eerbied hebben voor het rechtssysteem als belangrijk middel om vreedzaam en in vrijheid samen te leven. Die individuele verantwoordelijkheid komt onder druk te staan wanneer je in een grote organisatie werkt. In een bedrijf is de economische macht dominant en bij ministeries de politieke macht. Daar dreigt de instrumentalisering van het recht.’ 


Dit onderdeel eindigde met de vraag hoe een persoonlijk geweten zich verhoudt tot een professioneel geweten. Iris reageerde daarop: ‘Ik geloof niet dat het professioneel geweten neutraal is. Maar juist in deze tijden, waarin de rechtsstaat onder druk staat, moeten we onze eigen professionele ethos versterken en uitbouwen. Het recht laat ook inherent ruimte voor discretie.’ 

Stelling 2: Het terugdraaien van diversiteitsbeleid in de VS heeft maatschappelijke impact in Europa en dwingt het Nederlandse bedrijfsleven kleur te bekennen

De tweede stelling richtte zich op de internationale dimensie van diversiteit en inclusie, en de vraag in hoeverre ontwikkelingen in de Verenigde Staten invloed hebben op het Nederlandse bedrijfsleven. 


Wendela wees op de directe gevolgen voor internationaal opererende ondernemingen: ‘Een groot deel van het bedrijfsleven is aangeschreven door de Amerikaanse overheid met het verzoek kleur te bekennen op straffe van de ontzegging van toegang tot de Amerikaanse markt. Er is een groot aantal Nederlandse bedrijven dat gedwongen is om kleur te bekennen.’ 


Iris benadrukte dat ook juristen hierin een duidelijke verantwoordelijkheid hebben: ‘Ik denk dat iedereen kleur moet bekennen. Ik denk dat je juist als jurist een gekwalificeerde verantwoordelijkheid hebt om in relatie tot het recht de gelijkheid als uitgangspunt van onze rechtsstaat uit te dragen. Als een jurist het al niet doet, wat kunnen we dan verwachten van de burgers?’ 


Vanuit de zaal kwam een tegengeluid: ‘Ik ben het oneens met de stelling want het is hoe je kleur bekennen uitlegt. Wij worstelen hier als bedrijf enorm mee. Het is niet dat wij geen inclusie en diversiteit meer in ons bedrijf hebben, maar hoe communiceer je het naar buiten.’ 


Job herkende deze spanning: ‘Dit is wat je in praktijk veel ziet. Bedrijven die, veel activiteiten of een tak in Amerika hebben, twee soorten bedrijven zijn. Aan de ene kant bedrijven, voor wie het een verplicht vinkje was, kan het wellicht een manier zijn om ervan af te zijn – die mening bestaat natuurlijk ook. Anderzijds zie je bedrijven voornamelijk iets aanpassen in de communicatie.’  

Stelling 3: De erosie van de rechtsstaat in de VS en elders in Europa dwingt Nederlandse bedrijfsjuristen tot actie

De derde en laatste stelling leidde tot een discussie over de rol van bedrijfsjuristen in het behouden en beschermen van de rechtsstaat, zowel in een nationale als internationale context. 


Jaap: ‘Ik denk dat je als bedrijfsjurist daar een faciliterende rol in speelt. Dit soort dilemma's gaan ook over het proces van beslissingen maken en daar kan je een belangrijke rol in spelen. Je faciliteert de afwegingen. Je bent wel opgeleid om die belangenafwegingen goed te kunnen voorleggen. Ik vind deze stelling alleen vaag, het klinkt alsof we met z'n allen op de barricades moeten staan als bedrijfsjurist.’ 


Wendela nuanceerde het begrip actie: ‘Ik lees actie als verhoogde scherpte. We zien allemaal dat de rechtsstaat kwetsbaar is en soms gebeurt dat op manieren die moeilijk te ontwarren zijn als je met een schuin oog leest.’ 


Iris benadrukte de bredere rol van de bedrijfsjurist: ‘De weerbaarheid van de rechtsstaat hangt af van de rechtsstaat als praktijk. We moeten niet alleen kijken naar wat de rechters doen en of zij hun rug rechthouden of manoeuvreren, maar dat het ook gaat over terugduwen van economische macht. En dan kijk ik wel naar de bedrijfsjurist.’ 


Job voegde een praktisch perspectief toe: ‘Ik zat bij actie ook aan iets pragmatisch te denken. Als die erosie van de rechtsstaat verder gaat, heel goed documenteren wat je doet en als bedrijfsjurist bijhouden dat je bepaalde beslissingen maakt uit juridische beginselen en niet op bijvoorbeeld politieke kleur.’ 

Ook vanuit de zaal kwam een reflectie: ‘Ik maak me wel zorgen als de rechtsstaat verder erodeert. Als we conflicten hebben, of problemen met nakoming van onze zakelijke relaties, wenden we ons vaak tot de rechter. En als daar problemen in ontstaan, dan vraag ik me af, gaan we alternatieve vormen van afdwingen proberen te vinden als de rechtsstaat ons in de steek laat.’ 


Iris sloot af met een pleidooi voor opleiding en dialoog: ‘Om de rechtsstaat weer terug te winnen, is het belangrijk om in de opleiding daar meer in te doen. Denk aan permanente opleidingen, intervisies, dilemma's, want ik geloof niet in ethiek hoog over. Ethiek kan alleen leven op het moment dat je er heel dicht op gaat zitten. Maar dan moet je met elkaar wel die gespreksruimte creëren. Ik denk dat er nog wel een stap te winnen is aan de opleidingskant.’ 

Innovatie | Technologische innovaties voor bedrijfsjuristen

Het plenaire ochtendprogramma werd afgesloten met een duo-presentatie van Jeroen Zweers, Founder #TheLegalInnovationAgency bij NOUN.Legal, Dutch Legal Tech, LegalBrain en rAIw, lid van de Commissie Digitalisering & AI (NoVA), en Jeroen Plink, COO en Co-Founder van Legaltech Hub. Hun sessie richtte zich op technologische innovaties voor bedrijfsjuristen, met bijzondere aandacht voor AI en legal tech. Plink trapte af met een internationaal perspectief, vooral gericht op de Verenigde Staten, waarna Zweers de situatie in de Benelux belichtte. 


‘25 jaar geleden nam ik de stap om iets te gaan doen in juridische technologie. Dat heette toen nog niet legal tech en het was niet cool. Het was een ‘duistere hoek’ waar nog niet zoveel gebeurde. Inmiddels is dat verandert,’ aldus Plink. Hij benadrukte dat technologie, en met name AI, inmiddels een steeds grotere rol speelt binnen de juridische sector. 


Een recent onderzoek van Lumio toont volgens Plink aan hoe snel de ontwikkelingen gaan. ‘Op alle vlakken waar legal assistance werkzaam zijn, is een gigantische verbetering zichtbaar. Het lezen en samenvattingen maken van documenten had nog veel hallucinaties anderhalf jaar geleden. Inmiddels is dat, in Amerikaanse cijfers, van een B- naar een A- gegaan. Legal research van een D-, echt een onvoldoende, naar een B+. Workflow automation van een C- naar een B. Vooral het draften heeft grote stappen gemaakt.’ 


Plink lichtte vervolgens een evaluatieproject toe waarbij advocaten en bedrijfsjuristen handmatig werkzaamheden uitvoerden, waarna diezelfde taken door vier verschillende AI-tools werden gedaan. ‘Wat blijkt: op alle vlakken deden de tools het beter, sneller én goedkoper.’ 


Investeringen in legal tech groeien dan ook explosief. ‘In 2018 heeft de legal tech industrie een miljoen opgehaald. Afgelopen maand was er al 1 miljard funding opgehaald. Dit heeft gevolgen voor de positie van legal tech. Voor ChatGPT was legal tech vooral ondersteunend – administratief, tijdschrijfsoftware, practicemanagementsoftware – en maakte het niet zo heel veel verschil. Wat je nu ziet: de technologie is een strategische tool.’ 

Toch is de daadwerkelijke impact nog beperkt. ‘Als beroepsgroep willen we dat er geen fouten zijn en dat we niet aansprakelijk gesteld worden. Dat blijft belangrijk. We willen niet opeens al onze data op de servers van OpenAI zetten. Wat we nu veel zien is dat we technologie vaak de eerste versie van het werk laten doen en daarna zetten we er alsnog een paar junioren op die het gaan nakijken.’ 


Plink schetste ook de verwachtingen in de Verenigde Staten: ‘De integratie van GenAI gaat het overgrote gedeelte van het juridische beroep worden. Veel meer kantoren moedigen hun cliënten aan om GenAI te gebruiken. Tegelijkertijd vindt het overgrote deel van de Amerikaanse bedrijfsjuristen dat de kantoren nog niet innovatief zijn. Het meest praktische gevolg van GenAI voor bedrijfsjuristen in Amerika is de verwachting dat veel meer werk inhouse gedaan kan worden met gebruik van technologie.’ 


Plink rondde af met een praktische boodschap: ‘Weet je nou niet waar je moet beginnen? Kijk naar wat snelle leiders – Big Tech – doen. Kijk naar bedrijfstakken die al langer gedwongen worden om meer voor minder te doen, zoals banken. In Amerika bouwen veel bedrijven top-innovatieteams. In het algemeen is mijn stelling dat in de afgelopen 50 jaar advocatenkantoren en bedrijfsjuristen zwaar onder geïnvesteerd hebben in technologie. Ik denk dat dit het moment is om dat te veranderen.’ 

Van links naar rechts: Jeroen Plink, Jeroen Zweers

Benelux-perspectief op juridische AI

Vervolgens nam Jeroen Zweers het stokje over: ‘Het Benelux-perspectief is toch wel anders dan de Amerikaanse markt. In de Benelux hebben we het rustiger – dan in de Verenigde Staten – wat betreft de AI-aanbieders.’ Volgens hem is er in Nederland veel hype en framing, maar tegelijk is het een interessante periode. 

Zweers’ expertise ligt in het begeleiden van transities naar AI en digitalisering. Hij illustreerde hoe traditioneel sommige processen nog zijn: ‘De juridische sector zit voor een groot deel nog in de fax en die wordt nog steeds gebruikt. Niet meer door de rechtbanken, maar de IND vraagt nog steeds aan de advocaten om te faxen. Het is bizar, de overheid en IT is geen gelukkige match.’ 


Hij stelde het publiek de vraag wie AI meer vertrouwt dan een beginnend jurist. Daarbij wees hij op het belang van data: ‘AI heeft in principe een IQ van nul als je er geen goede data instopt. In Nederland is open juridische data nogal een probleem. Rechtspraak.nl bevat maar 6% van de uitspraken. Dat percentage is laag omdat alle jurisprudentie handmatig geanonimiseerd wordt. Hoe meer kwalitatieve data we krijgen, hoe beter de AI wordt. Maar hoe kunnen we nou al die data die bij bedrijven zit anonimiseren en beschikbaar stellen?’ 


Adoptie blijft echter de grootste uitdaging: ‘Wie denkt dat meer dan 25% van de advocaten dagelijks met AI werken? Het is slechts 3%. Je trapt hier in de marketingvalkuil. Het is vooral FoMo wat nu overheerst, maar je moet het vervolgens wel implementeren.’ Ook zag hij dat Angelsaksische kantoren in Nederland beter presteren dankzij de ondersteuning vanuit de UK. 


Zijn afsluitende boodschap was helder: ‘AI is geen speeltje. Software kopen is heel makkelijk. De vraag is: welk probleem los ik ermee op? Focus je niet op de tool, focus je op de pijn. Vertel verhalen en inspireer mensen in je organisatie, want er is veel angst voor wat het voor je baan betekent. Ik geloof in mensen die ondersteund worden door technologie en niet human versus technologie. Educatie is ook heel belangrijk. Implementeer user cases en neem je mensen daarin mee.’ 

Workshops NGB Lustrum

Na het plenaire ochtendprogramma was het tijd voor de workshops. Alle deelnemers konden twee workshops kiezen om aan deel te nemen. In totaal waren er vijf verschillende thema's:

  1. ESG: The regulatory parabola and the road ahead  
  2. (Cyber)security in de boardroom: de strategische rol van de bedrijfsjurist   
  3. Digital Maturity Curve en AI in de Juridische Afdeling  
  4. Unlocking Diverse Teams: The Art of Reconciling Dilemmas  
  5. Practical Legal AI: What It Can Do, What It Can’t, and How to Stay in Charge  

ESG: The regulatory parabola and the road ahead

Suzanne Kröner-Rosmalen en Stijn Franken, beiden advocaat-partner bij NautaDutilh, namen de deelnemers mee in de snel ontwikkelende wereld van ESG-regelgeving en klimaat litigation.  Aan de hand van verschillende casussen, onder meer over waterschaarste bij datacenters en klimaatrisico's in financieringsbeslissingen door banken, werd duidelijk hoe organisaties en bedrijfsjuristen worden geconfronteerd met complexe afwegingen. Tijdens de workshop werd dieper ingegaan op ESG-regulering, de ontwikkeling van de regulatory parabool van soft law naar hard law en een toekomst waarin compliance, handhaving en litigation centraal staan. Ook werd het belang van ‘just culture’ toegelicht – een organisatiecultuur die transparantie en een proactieve houding richting ESG-verantwoordelijkheid stimuleert, bij voorkeur in samenwerking met peers.

Van links naar rechts: Suzanne Kröner-Rosmalen, Stijn Franken

(Cyber)security in de boardroom: de strategische rol van de bedrijfsjuristen

In de tweede workshop van NautaDutilh schetsten Geert Raaijmakers en Joris Willems, beiden advocaat-partner bij NautaDutilh, het actuele Europese landschap rond cybersecurity en digitale weerbaarheid, waarin inmiddels meer dan honderd richtlijnen en verordeningen een rol spelen. De sessie zoomde in op de Cyberbeveiligingswet/NIS2-richtlijn, die bestuurders niet alleen verplicht tot adequate beveiliging, maar hen ook persoonlijk aansprakelijk kan stellen bij tekortschietende maatregelen. Hoewel er nog weinig jurisprudentie beschikbaar is, signaleren de sprekers een duidelijke trend richting een zwaardere verantwoordelijkheid en toenemende risicoaansprakelijkheid voor bestuurders. De sprekers wezen daarbij op een verschuiving van incidentele naar structurele verantwoordelijkheid: niet alleen het actief veroorzaken van schade, maar ook nalatigheid, inconsistente beleidsvoering of gebrekkige documentatie kan aanleiding geven tot aansprakelijkheid. Een zorgvuldig en transparant besluitvormingsproces, gedetailleerde verslaglegging en het tijdig treffen van passende cybermaatregelen vormen daarmee de belangrijkste bescherming voor bestuurders en bedrijfsjuristen. Ook bij bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van cybersecurity-incidenten zal de focus naar verwachting liggen op de kwaliteit van het besluitvormingsproces en de gemaakte afwegingen. De beste bescherming is daarbij niet een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering of een vrijwaring, maar aantoonbaar doordachte besluitvorming en solide, gedegen documentatie.

Van links naar rechts: Joris Willems, Geert Raaijmakers

Digital Maturity Curve en AI in de Juridische Afdeling

De workshop ‘Digital Maturity Curve en AI in de Juridische Afdeling’ werd verzorgd door Alexandra Gemin, Manager Account & Relationship Management en Martijn Strijp, Senior Relatiemanager bij Wolters Kluwer Legal Software.  Aan de hand van een praktisch model brachten zij in kaart waar juridische teams zich bevinden in hun digitale ontwikkeling. Deelnemers onderzochten welke processen eerst moeten worden geoptimaliseerd om daadwerkelijke waarde uit AI te kunnen halen. Vervolgens lichtten de sprekers toe hoe hun AI-modellen worden getraind en op welke manier betrouwbaarheid en kwaliteit worden gewaarborgd. In een praktische oefening analyseerden drie team hetzelfde commerciële contract: één met behulp van AI, één digitaal en één volledig op papier. De uitkomst was duidelijk: het AI-team presteerde overtuigend beter, zowel in snelheid als in de kwaliteit van het advies aan de CFO. De workshop maakte daarmee inzichtelijk dat digitalisering geen doel op zich is, maar een noodzakelijke randvoorwaarde om de kansen van AI in de juridische praktijk optimaal te benutten.

Links: Martijn Strijp, rechts: Alexandra Gemin

Unlocking Diverse Teams: The Art of Reconciling Dilemmas

Onder begeleiding van Bas Kemme, Leadership & Transformation Expert, Trompenaars Hampden-Turner Culture Consultancy, startte de workshop met een toelichting op het begrip van diversiteit en het belang van het benaderen van situaties – in het bijzonder dilemma's – vanuit verschillende perspectieven. Daarbij werd benadrukt dat verschillende leiderschapsstijlen vaak voortkomen uit uiteenlopende invalshoeken. Effectief leiderschap vraagt dat je deze kennis zo toepast dat teams, ongeacht hun samenstelling, optimaal kunnen functioneren.  Daarna gingen de deelnemers praktisch aan de slag met vijf verschillende dilemma’s. Elke groep koos één dilemma, bepaalde een standpunt en benoemde daarbij de voor- en nadelen. Ook werd gevraagd om het gekozen dilemma te koppelen aan een passend stereotype. Met behulp van worksheets analyseerden de groepen hun gekozen dilemma en werkten ze toe naar een vorm van verzoening tussen tegenstrijdige waarden of belangen. Tot slot presenteerde iedere groep kort het gekozen dilemma en hun aanpak om ogenschijnlijke tegenstellingen te overbruggen.

Bas Kemme

Practical Legal AI: What It Can Do, What It Can’t, and How to Stay in Charge

Tijdens de interactieve sessie van Zeno namen Raoul Bouchrit, CEO, Zeno, en Natali Petras, Legal Product Director, Zeno, de deelnemers mee in de praktische mogelijkheden en beperkingen van juridische AI-tools. Via prikkelende polls werd zichtbaar dat AI momenteel vooral wordt ingezet voor het samenvatten van documenten en e-mails, juridisch onderzoek en het opstellen en beoordelen van contracten. Juist bij deze toepassingen kwamen de beperkingen van algemene AI-oplossingen naar voren: hallucinaties zoals niet-bestaande ECLI-nummers, ontbrekende bronvermelding en het gebruik van onbetrouwbare bronnen. Gespecialiseerde legal AI  maakt hier het verschil door betrouwbaarheid en juridische precisie centraal te stellen. De sessie werd afgesloten met een demonstratie van de contract review-tool van Zeno. Met één druk op de knop genereert de tool een overzicht van alle belangrijke elementen uit meerdere overeenkomsten. Dankzij vooraf ingestelde rulebooks en standaardvarianten kunnen contracten eenvoudig worden getoetst op standaardclausules, opmaak en wettelijke criteria. Het resultaat: een helder overzicht van wat klopt, afwijkt of ontbreekt, direct beschikbaar in een Word plug-in. De workshop liet zien hoe gespecialiseerde AI-tools de efficiëntie verhogen en daadwerkelijk waarde toevoegen aan het werk van bedrijfsjuristen.

Links: Natali Petras, rechts: Raoul Bouchrit

Feestelijke afsluiting

iNHOUDSOPGAVE